
Lange tijd werkten we mee aan vieringen in de kapel van Reinier van Arkel, op het Zorgpark in Vught.
Een uur van te voren namen we altijd de muziek ter plekke nog een keer door. Om de ruimte ons eigen te maken, de stem te smeren en de vingers te prikkelen. Na ongeveer een kwartier werd Jan altijd als eerste binnen gebracht. Jan had serieuze lichamelijke beperkingen, was zo spastisch dat hij niet kon praten, of zingen…
Totdat we eens het Panis Angelicus van César Franck oefenden.
Arjo: ‘ik weet nog dat ik al spelend dacht dat er iets meetrilde in de piano. Nee, dat was het niet. Het leek of in de verte er iemand meezong.
Hè? Maar dat kan helemaal niet. Alleen Jan is er nog maar….. zo dacht ik.
Tot ik duidelijk hoorde dat het inderdaad Jan was die zong! Uit volle borst!
De tranen sprongen in mijn ogen, nu weer, nu ik dit vertel. Vanaf dat moment hebben we elke keer als wij dienst hadden, samen met Jan vóór de viering het Panis Angelicus gezongen, ook al stond dat lied voor die zondag niet op het programma. Dat deden we tot de dag van zijn overlijden.’